de identiteit

 zelfst.naamw. (v.)

Uitspraak: [idɛntiˈtɛit]
Verbuigingen: identiteit|en (meerv.)

1) wie je officieel bent, in de vorm van je naam, adres, geboortedatum e.d.

Voorbeeld: `De politie stelde de identiteit van het slachtoffer vast.`

2) wat voor jou karakteristiek is

Voorbeeld: `de culturele identiteit van een bevolkingsgroep`
Synoniemen: eigenheid, persoonlijkheid

Ik ben een jaar of 16 en zit in de klas. Tijdens een verhitte discussie in de les maatschappijleer roept een klasgenoot iets over “die buitenlanders”, waarna hij zich snel naar mij omdraait. “Maar ik bedoel jou niet hè Suuz, jij bent gewoon een Nederlander!”
Juist ja… Ik voelde me sowieso al niet aangesproken hoor, maar uhm… Thanks..? I guess..?

Ik ben een jaar of 18 en ik wacht op de trein. Naast me zit een vriendelijke oudere meneer, duidelijk van Indonesische afkomst. We glimlachen naar elkaar. Plots begint hij in het Indonesisch een heel verhaal tegen me, waarop ik hem uitleg dat ik Nederlandse ouders heb en dus helaas geen Bahasa spreek.
“Oh wat zonde!” zegt hij met een glimlach. “Je moet je afkomst niet vergeten hoor meisje!”
Ik glimlach maar wat terug. En ik vraag me af hoe je dat doet: een afkomst vergeten die je je in eerste instantie al niet eens kan herinneren…

Ik ben een jaar of 20 en ik sta in de kroeg. Uit het niets stapt er een jongen op me af.
“Hoi! Mag ik vragen waar je vandaan komt?”
Ik reageer lichtelijk verward op zijn bijzondere keuze wat openingszin betreft:
“Uhm… Uit Alkmaar? En jij…?”
“Ja, nee maar ik bedoel je ouders!?”
“Uhm… Uit Oudorp en Ursem? En de jouwe…?” nog steeds niet snappende waar dit gesprek heen gaat.
“Neehee, ik bedoel je roots! Waar liggen je roots?”
Aha… Mijn roots…

Je roots. Je afkomst. Je nationaliteit. Wat bedoelden ze toch? En waarom waren deze begrippen voor vele zo belangrijk? Ik snapte het vaak oprecht niet. Later kwam ik erachter dat men deze begrippen nodig heeft om bij iemand een bepaalde identiteit vast te kunnen leggen. Mijn identiteit.

Ergens vond ik het vaak zelfs wel grappig. Op mijn identiteitskaart staat inderdaad de Nederlandse nationaliteit. Maar ik ben geboren in Jakarta. Opgegroeid met de boerenkool en stamppot. Verwarring alom. Maar kan je uit deze twee woorden op mijn identiteitskaart werkelijk mijn identiteit bepalen? Maakt mij dit dan werkelijk tot wie ik ben? Ik ben toch méér dan alleen mijn land van afkomst en mijn land van aankomst? Ik ben gewoon Suuz. En ik hou van snowboarden, ik luister naar Doe Maar en ik eet graag pompoensoep.

Nog zo’n gekke uitspraak:
“Ik ben er trots op een Nederlander/Alkmaarder/Vlaming te zijn!” Vind ik ook grappig. Want hoe kan je trots zijn op iets waar je niks voor hebt gedaan? Behalve dan schreeuwend uit de schoot van je moeder te komen, die op dat moment toevallig in jouw geboorteplaats lag te bevallen? Dat is in mijn ogen dezelfde prestatie als het hebben van 5 vingers aan beide handen. Mag je heus wel trots op zijn, maar heb je eerlijk gezegd niks voor hoeven te doen. Maar men is wel degelijk trots op zijn geboorteplaats of land. Want dat bepaalt immers voor een groot deel jouw identiteit. En zorgt voor verbondenheid. En daar zijn we trots op. Toch..?

Een identiteitscrisis heb ik eigenlijk ook nooit gehad. Wat blijkbaar erg verrassend is voor velen. Want als je geadopteerd bent, en je dus niet weet waar je vandaan komt of waar je roots liggen, dan moét je volgens iedereen toch wel voor altijd de vraag “Wie ben ik?” met je meedragen. Vind ik grappig. Ik weet namelijk heel goed wie ik ben. En dus ook mijn identiteit. Heb ik mijn geboorteplaats niet voor nodig. Ik ben tenslotte gewoon Suuz. En ik hou van snowboarden, Doe Maar en pompoensoep.

Misschien is het daarom dat ik het altijd zo verrassend vind als mensen bij mijzelf wél mijn identiteit bepalen aan de hand van wat er op mijn paspoort staat of welke kleur mijn haar heeft. Ik zie het namelijk oprecht niet… Ik ben toch gewoon Suuz..?

Kleur heb ik mijn hele leven al nooit gezien. Ik heb witte familie, ik heb bruine familie. Witte vrienden, bruine vrienden. Maar hun huidskleur is mij nooit opgevallen. Zij zijn gewoon Henkie, Lisa, Moniek en Jeroen in mijn ogen. En oh ja, nu je het zegt, Moniek is inderdaad bruin en Jeroen is inderdaad wit. Goh, valt me nu eigenlijk pas op.

Nee, ik voel me dus niet wit, ik voel me niet bruin. Ik voel me niet Nederlands, niet Indonesisch, niet geadopteerd. Ik voel me niet Europees of Aziatisch. Ik voel me gewoon Suuz. Geboren in het land “Aarde” en ik hoor bij het volk “de Mens”.

En oja, ik hou van snowboarden, ik luister naar Doe Maar en ik eet graag pompoensoep.

Bovenstaande is misschien niet zozeer een echte reisbabbel, maar wel een kwestie waar ik de laatste dagen wat meer mee bezig was, aangezien ik nu voor de allereerste keer terug ga naar mijn geboorteland, Indonesië!

Een reis waar ik enorm naar uit heb gekeken, maar misschien niet om de rede wat veel mensen in eerste instantie zullen denken. Ja het is super gaaf dat ik voor de eerste keer ga zien waar ik nou precies geboren ben, maar ik ben minstens net zo enthousiast om nu Indonesië te gaan ontdekken als dat ik dat was met elk ander land zoals bijvoorbeeld India of Cambodja.

Is dat gek? Moet ik het méér bijzonder vinden omdat hier toevallig “mijn roots” liggen? Of mag ik mijn enthousiasme over deze reis gelijk stellen aan elk ander land die ik voor een eerste keer heb bezocht? Moet ik me automatisch meer “thuisvoelen” in dit land dan alle voorgaande landen? En mezelf dus ook automatisch meer kunnen identificeren met zijn inwoners? Of is dit “gewoon” weer een super toffe nieuwe bestemming die we gaan bezoeken? 

Hoe dan ook, ik heb er in ieder geval mega veel zin in, om weer een nieuw land te mogen ontdekken. Om ons opnieuw te mogen onder dompelen in wéér een nieuwe cultuur, daarbij te genieten van de prachtige natuur, interessante bevolking en lekker eten. En oja, ik ben hier toevallig ook nog eens geboren.

Oké, vooruit dan, ’t is eigenlijk inderdaad misschien toch wel een béétje bijzonder… 

😉

Amen to that!
We all share this planet. Be a global citizen.

 

 

Advertenties