De Belg is dom en de Nederlander is gierig. Althans, dat is wat in vele moppen naar voren komt. Gelukkig zijn dit flauwe moppen, gebaseerd op fictie, geen feiten. In werkelijkheid zijn er ook heus wel Belgen te vinden die verder dan 10 kunnen tellen, en ook écht niet alle Nederlanders bewaren angstvallig hun geld in een sok onder hun matras.

Maar toch kunnen we er niets aan doen om evengoed vooroordelen te hebben over elkaar. Wat de Belg écht van ons “Hollanders” vindt is een heel ander verhaal. Ze vinden ons vaak juist heel open, spontaan en ze kijken op naar ons zakelijk talent. Mooi beeld toch wat onze zuiderburen van ons hebben!? Maar pas op, al deze positieve kenmerken kunnen ook de andere kant op slaan. Vraag je wat de Belg “ambetant” vindt aan de Hollander, dan verandert “open” ineens in “luidruchtig” (jullie zijn altijd zo aanwézig!), “spontaan” wordt “direct” of “opdringerig” (altijd maar meteen je mening ergens over uiten) en ons “zakelijk talent” wordt bestempeld als “glad”. Ik heb natuurlijk altijd erg moeten lachen om deze vooroordelen, maar toch heeft het zonder dat ik het wilde, mijn kijk op de Hollander ergens lichtelijk veranderd. Zijn we misschien daadwerkelijk een schreeuwerig, in your face, glad verkopers volk….?

Ik moet eerlijk bekennen, sinds ik de Hollander als toerist heb mogen aanschouwen, begrijp ik nu wel waar dit beeld vandaan komt. Dennis en ik maken er een sport van om van iedereen die we tegenkomen de nationaliteit te raden. En de Hollander is wel één van de makkelijkste, vooral als ze zich in groepsverband formeren. Zo ook vandaag.

We zijn zojuist de grens overgestoken naar Laos. Een slowboat zal ons in twee dagen van de Thaise grens naar Luang Prabang vervoeren. Twee keer 8 uur op een boot, het is een lange zit, maar eentje met een prachtig uitzicht, dus sit back, relax and enjoy the view. Aangekomen bij de grenspost staan we met zo’n twintig man braaf te wachten op de gewenste stempel in het paspoort, tot er opeens een busje arriveert waar een groepje jongeren uitstapt. Luid, met veel kabaal en héél aanwezig. Dit kunnen twee dingen betekenen, Engelsen of…. Hollanders… En ja hoor, nadat we de eerste zinnen uit hun continu openstaande monden hebben horen komen was het meteen duidelijk; we hebben hier te maken met een typische roedel van adolescente Hollanders in het wild. “Fuck, gàààst, moeten we echt in die rij aansluiten voor zo’n kut stempeltje?”. Ohja, een vooroordeel die nog niet genoemd was; de Hollander voelt zich superieur. “Tering Jantje zeg, hebben ze nou serieus een rekenmachientje nodig om het om te rekenen in dollars?”. Ohja, de Hollander is ook nog arrogant. “Pffff welnee, ik heb geen pasfoto mee, boeiuhhh, ik betaal wel extra”. Aanschouw hier; de typische onverschilligheid van den Hollander.

Gelukkig weten we het groepje al snel achter ons te laten. Snel door naar de slowboat! De boot ligt al op ons te wachten, en we zoeken op ons gemak twee mooie zitplekken uit waar we ons installeren voor de lange tocht. Eten en drinken mee, een kussentje om de verwachte zitpijn wat mee te verzachten en de mp3speler met volle batterij voor een persoonlijk achtergrond muziekje. Het kussentje is eigenlijk meer voor morgen bedoeld, aangezien we ons hebben laten vertellen dat we morgen op een boot zullen zitten met enkel houten bankjes. Maar evengoed zal hij vandaag ook gerust van pas komen, om het ons de komende 8 uur een beetje aangenaam te maken.

Net op het moment dat ik mijn meegebrachte boek opensla, hoor ik plots weer die Hollandse herrie en het lijkt bij ons de boot op te stappen… Neeee dat kan niet waar zijn!!! Ik kijk rechts van mij en zie aan de andere kant van het gangpad nog een hele rij met vrije stoelen. En waar we al zo bang voor waren wordt werkelijkheid, de roedel Hollandse jeugd gaat verdorie precies naast ons zitten…. Nee hè, hebben wij dat? Ik probeer hun aanwezigheid te negeren door mijn mp3 speler op luid te zetten en me te concentreren op m’n boek, maar het gaat maar moeizaam. “Gozer, je hebt echt een lelijke vlek daar op je broek man!” “Gheheheheh, kweetnie wat het is, misschien lekt mijn anus wel, gheheheehh”. De maat is vol, dit ga ik niet voor acht uur volhouden. Ik gebaar Dennis dat we een plekje achterin de boot gaan zoeken, ver weg van die ambetanterikken. Op het moment dat we opstaan met onze kussentjes onder de arm, spreekt één van hun ons aan: “Waarom hebben jullie in godsnaam kussentjes mee?”. Dennis antwoordt in zijn heerlijke West Vlaamse dialect: “Wacht maar tot morgen vriend, dan zal je het wel merken”. En ik? Ik loop snel zwijgend door en hou me van de domme, vandaag speel ik namelijk met heel veel liefde de typische domme Belg

Advertenties