Voor mijn gevoel staan we al minuten lang stokstijf stil. Met ons hoofd in ons nek, naar boven aan het turen. Doodse stilte om ons heen, niemand van ons die zelfs ook maar te luid durft te ademen. Geen idee waar ik nu eigenlijk naar toe aan het kijken ben, maar ik doe voor de vorm maar gewoon mee. Geritsel boven ons hoofd. Is dat nu de wind of…?

Dennis durft als eerste de stilte te doorbreken en fluistert zachtjes tegen Mario: “Hoe weet je eigenlijk waar of wanneer ze ergens zijn?”
“Goed kijken en luisteren,” antwoordt Mario, “als je de toppen van de bomen ziet bewegen zou er daar eentje kunnen zitten.” Beide houden ze ondertussen hun blik geen seconde van de hoge, smalle bomen af.

Plots wijst Dennis naar iets in de verte, terwijl hij Mario en mij driftig aantikt. “Daar, daar!!! Ik zie er eentje!!”
Mario wacht geen seconde langer en schiet snel in actie. “Jaaa! Kom, snel, deze kant op!!!”
Vol adrenaline volgen we Mario, die zich verbazingwekkend soepeltjes en in rap tempo een weg baant door het dichte oerwoud. Ik probeer zo goed en zo snel als ik kan hem te volgen, maar ik moet bij elke stap opletten waar ik mijn voeten zet, in een poging niet plat op mijn bek te gaan in deze hindernissenbaan die de jungle heet.

Opeens komt Mario weer tot stilstand en gebaart ons om ook te stoppen. “Vanaf hier is het goed, jongens, maar kom niet dichterbij,” fluistert hij in onze richting, zijn ogen geen moment van zijn “target” afgeweken. Ik kijk naar de twee jongens en waar hun ogen op zijn gericht, de verbazing en verwondering druipt daarbij van beide hun gezichten af. Ik volg de twee blikken om te zien welke richting ze nu precies op kijken, maar ik zie gewoon nog steeds alleen maar heel veel groen en heel veel takken.

Ik heb eerlijk gezegd ook geen idee waar ik nou precies op moet focussen of waar ik nou op moet letten. Zit ie ver? Dichtbij? En op welke hoogte?! Is het een schim? Een schaduw? Of steekt zijn bijzondere kleur vacht soms overduidelijk tussen al dat groen uit?

“Ik zie het niet!” jammer ik dan ook na een paar seconden. Dennis probeert me een beetje te helpen. “Kijk daar!” en hij wijst de lucht in. “Zie je, daar op die tak, daar zit er eentje te eten!” En ja hoor, opeens spot ik hem zelf ook, zomaar uit het niets. Hoe had ik hem daar nou niet kunnen zien zitten!? Zo duidelijk in het zicht! Hoog in de boom, maar evengoed zo goed zichtbaar, zit ie daar op een tak lekker op z’n gemakje te kauwen.

Mijn mond valt open van verbazing. Dat is… inderdaad… gewoon… een oerang oetan! Dat is gewoon écht een oerang oetan, in het wild! En wij staan hier gewoon naar hem te gluren, midden in de jungle van Sumatra! Knijp me even, want ik geloof dat ik droom…

Wat een prachtig dier… We zien zijn lange armen naar wat takken van de boom reiken, om die vervolgens traag maar oh zo sierlijk naar zijn mond te brengen. Zo mooi om te zien hoe hij zich beweegt! Al kauwend draait hij z’n hoofd opeens onze richting op en het lijkt net of hij ons ook spot, daar in de verte beneden. Het lijkt hem nochtans niet veel te doen, dat wij hem daar met open mond staan aan te gapen, en hij blijft dan ook rustig doorkauwen terwijl hij zijn blik stoïcijns naar ons gedraaid houdt.

“Good job!” fluistert Mario tegen Dennis, terwijl hij hem even op z’n schouder slaat. Ook ik geef vol bewondering Dennis een schouderklopje. Die jongen heeft gewoon van ons allemaal de allereerste oerang oetan gespot! Nog eerder zelfs dan onze jungle boy, Mario! Dennis heeft daarmee Monkey Points for life verdient, dat is zeker.

We blijven nog een tijdje zo staan voor we weer verder de jungle in zullen trekken, terwijl onze orang oetan lekker zijn maaltje naar binnen werkt. En zo staan we dus zomaar voor een paar magische minuten oog in oog met een oerang oetan. En ik kan het niet laten me stiekem af te vragen wie er van ons nu eigenlijk de échte aapjes zijn…

Een paar dagen doorbrengen in de ruige jungle, met uitdagende trekkingen, slapen in de wildernis en pogingen tot het spotten van wilde dieren. Zou jij het kunnen..? Wij in ieder geval absoluut niet!

En daarom schakelden we de hulp in van Mario, onze “Jungle boy uit Ketambe” die ons veilig aan zijn handje meenam om zo “zijn domein”, het Sumatraanse regenwoud met al zijn wonderlijkheden aan ons te kunnen laten zien.

Meet our “George of the Jungle”, Mario!

Onze dagen bestonden uit trekkingen doen in de vroege ochtend. Waar we, ploeterend over rotsen en klauterend over grote boomwortels, berg op en berg af gingen om van plek naar plek te trekken. We staken riviertjes door, passeerden langs watervallen en zagen de meest vreemde planten en bomen.

Zelfs Dennis leek opeens een ukkie naast die gigantische bomen
We staken riviertjes over en passeerden watervallen

Tegen lunchtijd zetten we kamp en was het tijd voor een lekkere hap en wat waterpret in de rivier. Na de lunch werd er nog wat gehiked om op zoek te gaan naar dat waar we uiteindelijk écht voor waren gekomen: de oerang oetan in zijn natuurlijke habitat! 

We “kampeerden” steeds op een andere plek
Er werd TOP voor ons gezorgd daar in de bush!

Dinner by candlelight

Het was het meest gave avontuur wat we in al die 5 jaar hebben meegemaakt. Back to basic, back to nature. Slapen op de grond onder de sterren. Je laten overweldigen door al dat natuurschoon. En natuurlijk de bijna uitgestorven oerang oetan in het wild mogen bewonderen, wat een ongelooflijke gevoel! We hebben er uiteindelijk in totaal een stuk of 6 gespot, en zelfs 2 jonkies. We hadden daarmee enorm veel geluk als we Mario mogen geloven!

“Douchen” deden we gewoon in de rivier
Op de eerste dag passeerden we zelfs een hotspring! Ook de locals kwamen hier graag om een “warm badje” te nemen

Het was heftig, het was zwaar, het was vochtig, nat en warm. Het was vuil en het was vies. Het waren dagen vol muggenbeten, bloedzuigers, zere kont en rug van het slapen op de grond en zere kuiten van al dat klimmen… Maar het was in één woord geweldig! Zo klein en nederig als de jungle je doet laten voelen, we zouden het eigenlijk allemaal eens moeten ervaren…

Comfortabel was anders, maar wat was het een ervaring!
Was het zwaar? Nogal ja… Maar we liepen evengoed elke seconde van de dag met een grote glimlach rond!

Wil je deze prachtige dieren (die helaas enorm met uitsterven worden bedreigd) zelf ook graag in het wild gaan spotten? Dan zijn er een paar dingen die misschien wel handig zijn om te weten!

Zo zijn er 2 soorten orang oetans op de wereld: één soort leeft enkel op het eiland Borneo, de andere op Sumatra.

Na de gorilla is de orang oetan de grootste (mens)aap. Ook is de orang oetang één van de mensapen die genetisch nog het dichtst bij de mens staat (na de bonobo en chimpansee). Zo delen we wel voor 97% hetzelfde DNA met deze beestjes!

Orang oetans leven enkel hoog in de boomtoppen en je zal ze bijna nooit op de grond tegenkomen. Zelfs slapen doen ze in de bomen, in vernuftig geknutselde en gigantische nesten. De enige rede dat ze naar beneden komen is als er gevaar dreigt. Het is daarmee meteen ook het grootste dier ter wereld dat in bomen leeft!

Nu, dan eindelijk, het moment is daar: je hebt jezelf op het vliegtuig richting Sumatra weten te slepen en je bent van plan om de bush bush in te trekken, opzoek naar onze harige, oranje vriendjes in de jungle. Maar laat je van te voren dan wél eerst goed informeren waar en met wie! Zo zijn er verschillende plekken waar er jungle treks worden aangeboden, om samen met een gids deze dieren “in het wild” te kunnen aanschouwen. Maar let op! Velen zijn namelijk eerder tourist traps, waar helaas de arme diertjes de dupe van zijn geworden.

Bukit Lawang bijvoorbeeld, één van de bekendste en meest populaire plek op Sumatra om treks te doen en orang oetans te spotten. In elk reisboekje en bij elke Google zoekactie komt deze naam wel naar boven als “dé highlight” voor je Sumatra reis. En ja, ondanks dat de kans hier inderdaad het grootst is om de beestjes in real life te kunnen bewonderen, is dit jammer genoeg niet bepaald een plek die het beste met de orang oetan voor heeft…

Voorheen was er in Bukit Lawang een rehabilitatie project om daar in beslag genomen orang oetans weer klaar te stomen voor een leven in het wild. Dit project is ondertussen al jaren geleden afgerond, maar de voeder platforms zijn daar wél blijven staan. Je kan en mág er tegenwoordig absoluut trekkingen doen, maar er zijn wel officiële regels waar je je als mens aan dient te houden, ten behoeve van het welzijn van de oetan en zijn leefgebied.

Veel van de gidsen die daar tegenwoordig de toeristen mee op trek nemen, lappen die regels echter aan hun laars. Zij doen er alles aan om zoveel mogelijk orang oetans te lokken en deze van zo dichtbij mogelijk te kunnen zien. Immers: Veel orang oetans spotten is een blije toerist. Een blije toerist is veel geld in het laatje. En veel geld in het laatje is weer een blije gids!

Een blije toerist is een blije gids!

Zo zijn er gidsen die de apen vanaf de platforms zijn blijven voederen en sommigen laten de toeristen zelfs de beestjes zó uit de hand een banaantje weghappen! Ik hoef je natuurlijk niet uit te leggen dat dat sowieso niet goed is, om wilde dieren aan te leren dat ze via de mens aan hun maaltje kunnen komen…

Het lijkt hier wel de Apenheul! (een bekende “apen dierentuin” in Nederland)

Niet alleen leer je de orang oetans zo hun “natuurlijke gedrag” af, maar nog belangrijker is eigenlijk dat er een gigantisch grote kans is om de dieren te besmetten met ziektes. Ziektes die wij als mens makkelijk aan hen kunnen overdragen, aangezien ons DNA zo dicht met die van hun overeenkomt. En dat zijn “mensen ziektes” waar de orang oetan geen immuniteit voor heeft opgebouwd! Denk aan bacteriën, virussen maar ook parasieten, die allemaal door ons eten, aanrakingen en ook zelfs door onze adem al overgedragen kunnen worden. En ja, dit zijn ziektes waar ze dus letterlijk aan dood kunnen gaan…

Ook de jonge orang oetans leren al van kinds af aan dat er bij de mens lekkere hapjes zijn te halen

Behalve dat het dus ten strengste verboden is om de dieren te voederen zijn er nog meer regels waar veel gidsen zich niet aan houden, zoals een maximale verplichte afstand tussen jou en de orang oetan (10m), maar ook een tijdslimiet dat je naar ze mag kijken (30 minuten). Wij zijn ten slotte te gast bij de orang oetan thuis en zij mogen dus absoluut geen overlast, stress, of enge ziektes van ons krijgen!

Normaal gezien brengt een oerang oetan zo’n 90% van hun leven al klimmend in de boomtoppen door en zetten ze bijna nooit voet op jungle grond. Het is de grond waar ze opeens een makkelijke prooi voor roofdieren kunnen worden!

Het feit dat in Bukit Lawang de orang oetan zich dusdanig comfortabel op de grond begeeft, om op die manier zo dicht mogelijk bij de voedende hand van de mens te kunnen zijn, is uiteraard al een teken dat de diertjes niet meer wild zijn en hun “natuurlijke gedrag” al zijn verloren…

Gelukkig zijn er buiten Bukit Lawang om evengoed nog andere plekken op Sumatra waar je treks kan doen. Laat je daar alsnog goed informeren over de gids die je boekt en check ook of ze geregistreerd en gecertificeerd zijn om als gids te mogen werken. Probeer er achter te komen of hij inderdaad vanuit het welzijn van de jungle en zijn dieren handelt en niet vanuit zijn portemonnee. Vaak zijn lokale gidsen uit de streek, die daadwerkelijk daar in de jungle en zijn omgeving zijn opgegroeid het beste. Immers zullen ook zij graag de flora en fauna van hun “hometown” het liefste behouden zien worden!

En ja, misschien is de kans dan inderdaad wel kleiner om daadwerkelijk orang oetans tegen te komen, of moet je daarvoor zelfs wat langer en verder de jungle in trekken, maar áls je ze dan tegenkomt zijn de beestjes in iedergeval wel veilig, blij en wild… En blijven ze ook écht veilig, blij en wild!

En een blije aap is een blije Dennis en Suuz!

😁

Nee, gekkie, je wilt helemaal niet zoals ons zijn! Blijf jij dus maar lekker hoog en droog in die boomtoppen, King Louie!

Tot slot nemen we jullie graag nog eventjes mee, samen met ons de Sumatraanse jungle in. Met dit fantastische filmpje (wederom van Dennis zijn creatieve hand!) hopen we het waanzinnige jungle gevoel een beetje met jullie te kunnen delen. 

Geluid aan en genieten maar!