“Zou je ’t misschien zien zitten om met me mee te gaan?” vraagt Dennis me. “Gewoon voor de zekerheid, zodat je eventueel kan ingrijpen als het misgaat of als ze me niet begrijpen.” Ja hoor, dat wil ik gerust wel doen. Al vraag ik mij stiekem af hoe ik dat in godsnaam zou moeten doen, ‘ingrijpen’. “Naar welke wil je gaan?” vraag ik hem terwijl we de deur uitlopen. “Ik dacht naar die ene hier om de hoek, je weet wel, bij dat mannetje die altijd zo vriendelijk naar ons zwaait.” Oké dan, om de hoek it is!